Athene & Lesbos

Olijfbomen

Welkom!
Nostre Mare
Athene
Omgeving Athene
Wandelen bij Lafionas
Flamingo's en schildpadden
Olijfboomgaarden bij Melinta
Versteende woud
Mt. Olympos en krabbetjes
Schapen en vissers
Kloosters
Contact, links en info

De olijf is de vrucht van de olijfboom (Olea europaea), een boom van de olijffamilie (Oleaceae). Het geslacht Olea telt ongeveer 30 soorten met een groot spreidingsgebied, voornamelijk in de Oude Wereld. De olijf zelf wordt gegeten en uit de pit en het vruchtvlees wordt olijfolie gewonnen. De olijf is traditioneel en ook vandaag de dag nog een van de belangrijkste landbouwproducten van onder andere de landen rond de Middellandse Zee.

Olijfbomen hebben zich circa 6000 jaar geleden verspreid vanuit Palestina naar de gebieden rond het oostelijk deel van de Middellandse Zee, zoals SyriŽ en Klein-AziŽ. In de cultuur van het Joodse volk wordt de boom nog steeds als symbool van vrede en geluk gezien.
 
Al duizenden jaren wordt de boom in de literatuur van landen rond de Middellandse Zee genoemd, zoals in Griekse mythologie en Tenach. Volgens de Griekse mythologie schonk Pallas Athene in haar wijsheid een olijfboom aan de stad Athene. Nog steeds staat er daarom een olijfboom op de Akropolis.
 
Rond 600 v.Chr. verbreidt de teelt van olijfbomen zich naar Griekenland, ItaliŽ, Noord-Afrika en andere Mediterrane landen. Ook in andere delen van de wereld, zoals AustraliŽ, Florida, BraziliŽ, Mexico, en China worden tegenwoordig olijven geproduceerd.
Door onderling kruisen bestaan er vandaag de dag meer dan 80 soorten olijfbomen. De boom groeit aanvankelijk relatief langzaam, heeft een dikke stam en lange wortels. Vanwege de groei van de wortels, moet er telkens een minimale afstand tussen de bomen worden aangehouden bij het beplanten. Pas na 5 jaar begint de boom vruchten te dragen. Olijfbomen kunnen vele honderden jaren oud worden. Oude olijfbomen zijn bijzonder waardevol.
 
De boom waaruit in de loop der eeuwen onze eetbare olijven zijn ontstaan is eigenlijk een ondersoort, namelijk Olea europaea subsp. sylvestris. In Oost-Afrika komt nog een andere ondersoort voor, Olea europaea subsp. cuspidata, met kleine olijven die nauwelijks eetbaar zijn. In de hooglanden van EthiopiŽ komt deze Afrikaanse wilde olijf vaak voor in kerkbossen, kleine resten natuurlijk bos in een voor de rest vaak boomloos landschap
De olijvenoogst vindt in het late najaar plaats. Eerst wordt een kleed onder de boom gelegd, waarna de boom wordt geschud. Met een soort harkje worden de olijven van de takken losgemaakt. Het kleed wordt daarna samengevouwen en de olijven worden in een mand of krat geschud.
 
Olijven worden niet vers van de boom gegeten. Ze worden eerst een jaar lang in een zoutwaterbadje gelegd om de bittere smaak te verwijderen. Het proces kan worden versneld door de schil in te kerven, waardoor het zout sneller door de vrucht wordt opgenomen. Olijven kunnen in allerlei gerechten verwerkt worden, in Griekenland veelal met wat feta (geiten- of schapenkaas). Verder eet men ze als onderdeel van salades, op pizza's en andere maaltijden. Veel olijven worden niet ingemaakt, maar door middel van persing tot olijfolie verwerkt, een vloeistof die zeer veel toepassingen heeft zoals voedsel, brandstof voor verwarming en verlichting, en medicijn.
 
De meeste mensen kennen het onderscheid tussen de groene en de donkere (zwarte) olijven. De groene olijven zijn eigenlijk de onrijpe vruchten. De zwarte zijn dan ook zachter en wat sterker van smaak.
 
Er vallen meer soorten olijven te onderscheiden. In het Grieks wordt onderscheid gemaakt tussen onder meer zes verschillende soorten: elitses (klein van formaat, met weinig vruchtvlees), kalamata (grote zwarte olijf), thasos, ionische groene en throumpes (gerimpelde olijven).

De site 'Athene & Lesbos' is een site van 'Passie voor reizen'.
 
Op 'Passie voor reizen' vind je ook reissites over bijvoorbeeld Thailand, Cuba, Madagascar, Oeganda, Mexico, Gambia, Tibet, China, Nepal, Rajasthan, Cyprus, JordaniŽ en Lapland.
 
Kijk ook eens op managementmodellensite.nl.