Het gemiddelde opleidings­niveau van lesgevenden in Nederland is te laag, stelt MT-columnist Hans Crooijmans. Is dit een ­reflectie van het onverschillige en vrijblijvende dat ook elders in de Nederlandse samenleving wordt waargenomen?

Een goede kennis kan terugkeren naar Nederland. De multinational die hem naar Rusland uitzond garandeert een aantrekkelijke baan en dito salaris. Prima geregeld allemaal. Vrouw en kinderen hebben er ook ‘zin an’. Het extreme klimaat en de hectiek van Moskou ­kunnen worden verruild voor de mildheid en rust van Amstelveen of Leidschendam. Toch maakt mijn kennis zich zorgen over een belangrijke randvoorwaarde: het Nederlandse onderwijs.

Al meer dan 5 jaar zitten zijn ­kinderen op een veeleisende ­internationale school. Ze maken daar lange dagen, krijgen veel huiswerk en worden door fulltime leerkrachten flink achter hun vodden gezeten. Zo’n ­entourage genereert sterke prestaties. Vrijwel alle leerlingen van de school kunnen een universitaire opleiding aan.

Hoe zal het die kinderen straks in Nederland vergaan?

Tja, het Nederlandse onderwijs heeft geen ­geweldige reputatie. Dat is jammer voor zowel individuele ­burgers als voor de samenleving. De concurrentiekracht van een ­economie hangt immers steeds meer af van een goed gekwalificeerde beroepsbevolking.

De ongemakkelijke waarheid is echter dat het onderwijsniveau in Nederland mager afsteekt bij dat in, om dichtbij huis te blijven, ­Vlaanderen of Noordrijn-Westfalen. In Nederland haalt 1 op de 7 kinderen na de basisschool geen enkel diploma meer. En liefst 60 procent stroomt vanuit groep 8 door naar het vmbo. Hoezo ­kenniseconomie? Op sommige vervolgopleidingen worden diploma’s gewoon weggegeven onder het motto: hoe meer afgestudeerden, hoe meer ­subsidie. Desondanks sluit uiteindelijk nog geen kwart van de jeugd zijn schoolloopbaan af met een hbo- of universitair diploma. En van hen maakt de overgrote meerderheid het zichzelf ook nog eens graag makkelijk met studies als rechten, bedrijfskunde, kunst­geschiedenis of allerlei andere alfa- en gamma­opleidingen. Slechts 1 op de 8 universitaire ­studenten kiest voor wiskunde, natuurkunde of een andere exacte wetenschap.

Ondanks (of misschien wel vanwege) de vele ­fusies en reorganisaties blijft de productiviteit – zeg maar: het ‘onderwijsrendement’ van een ­bestede euro – dalen. De reflex van de ­onderwijswereld is steevast: ‘Meer geld!’ Voor kleinere ­klassen, meer begeleiding en – niet te ­vergeten – hogere salarissen.

Het vaakgehoorde verwijt dat het onderwijs wordt kapotbezuinigd, strookt echter niet met de feiten. De ­uitgaven van het het Rijk zijn sinds 2003 keurig met ruim 20 procent gestegen. Trouwens, sindsdien groeide het aantal ­banen in het onderwijs ook met bijna een kwart. Waarom? ­Omdat ­tienduizenden vrouwen tot de ontdekking kwamen dat een (deeltijd)baan op een basis- of middelbare school prima valt te ­combineren met huishouden en kinderen. Leuk voor al die vrouwen. Maar of de kwaliteit van het onderwijs daarmee is gebaat?

Zo vallen er meer kanttekeningen te maken. Productiever is het natuurlijk om verbeteringen aan te dragen. Welnu, hier komen er een paar.

Allereerst: meer nadruk op zuivere kennis­­overdracht, meer lesuren voor scholieren. Dan maar wat minder vrije tijd en buitenschoolse activiteiten. Daarnaast is het beroep leerkracht toe aan een opwaardering. Het gemiddelde opleidings­niveau van lesgevenden in Nederland is te laag. Hoger salaris? Geen probleem, mits daar ook betere prestaties tegenover staan.

Mijn goede kennis houdt zijn twijfels. Hij vreest dat de Werdegang in het onderwijs een ­reflectie is van het onverschillige en vrijblijvende dat hij ook elders in de Nederlandse samenleving waarneemt. Moet hij zijn kinderen daaraan blootstellen?

Bron: mt.nl 

Auteur: Hans Crooijmans

Datum: 27-12-2010