Brainstormen is tijdverspilling

 

‘Met de kennis van nu ….’ was en is een veelgebruikte inleiding om aan te geven dat een eerder in de tijd ingenomen standpunt of beslissing is achterhaald door hedendaagse inzichten. Zo heb ik jarenlang beweerd dat brainstormen een prima idee was om veel ideeën op te hoesten om een oplossing te vinden voor bepaalde problemen. Graag wil ik u vertellen hoe ik er nú over denk.

Scheidingslijn waarheid/onzin

Als een bepaalde stelling maar lang genoeg wordt herhaald krijgt het vanzelf een waarheidskenmerk; dus ook volkomen onzinnige stellingen. Als die stelling dan ook nog eens uitgebreid in een boek, op de tv, in blogs, Tweets en welk ander medium dan ook  wordt uitgelegd en beargumenteerd, is er bijna niemand die meer tegen die stelling in durft te gaan. Het ‘beruchte’ griepvirus waar demissionair minister Ab Klink zich aan heeft geprikt, is daarvan een bekend voorbeeld. Wereldwijd werd er beweerd dat  er een pandemie zou ontstaan terwijl het een van de meest ‘onschuldige’ griepvirussen bleek te zijn.

Brainstormen is een mooi voorbeeld van zo’n stellingname die in 1948 het levenslicht zag door de publicatie van een boek van de in 1966 overleden Alex Faickney Osborn. Hij was de eigenaar van destijds het grootste reclamebureau van de wereld, BBDO, en hij publiceerde daarvoor en daarna veel over het onderwerp ‘creativiteit’.

Minder is meer

Het brainstormproces zou, als je in een groep bij elkaar kwam, meer ideeën en creativiteit opleveren dan als men dit aan individuen overliet. Hoe groter de groep hoe meer ideeën was de stelling. Slechts enkele jaren na de eerste publicaties over brainstormen (1958) onderzochten drie wetenschappers van de Stanford Universiteit in Californië dat de beloofde wonderen die brainstormen zou opleveren leuk bedacht waren, maar wetenschappelijk geen hout sneden. Uit hun onderzoek bleek dat vier individuen, onafhankelijk van elkaar, in dezelfde tijd, aanzienlijk meer ideeën produceerden (zo’n 40%!) dan een brainstormgroep van vier mensen.

Zelf heb ik ook geëxperimenteerd met brainstormen en daaruit bleek dat, hoe kleiner de groep, hoe meer ideeën er op tafel kwamen. Op zich is het principe van ‘minder is meer’ niet beperkt tot die brainstormsessies. Hetzelfde gaat op voor vergaderingen, werkoverleg, kortom processen waar veel mensen bij elkaar komen voor het nemen van beslissingen. Hoe meer deelnemers er aan een overleg situatie deelnemen hoe minder effectief de uitkomsten zullen zijn. Dan praten we nog niet over de hoeveelheid tijd die nodig is om tot besluitvorming te komen. In dit kader verwijs ik graag naar het grootste en duurst betaalde ‘brainstormcircuit’ dat wij ook wel de Tweede Kamer noemen. Eindeloos praten maar weinig originele ideeën. In feite gaan in brainstormsessies waarschijnlijk meer goede ideeën verloren omdat er altijd mensen zijn die zich niet aan de spelregels van het brainstormen houden en door hun plotselinge ‘geniale’ invallen, niet in de gaten hebben dat een goed idee van een ander, zonder veel na te denken, van tafel wordt geveegd.

Positieve effecten

Als uit onderzoek duidelijk blijkt, dat brainstormen bijna nooit praktische nieuwe ideeën oplevert, waarom wordt er tot op heden dan nog zoveel tijd mee verspild, zult u zich misschien afvragen? Het eerder genoemde onderzoek van Stanford gaf ook daar een antwoord op. Door mensen bij elkaar te brengen wordt de illusie gewekt dat hun stem gehoord wordt en dat zij daarmee het gevoel krijgen invloed te kunnen uitoefenen. Met andere woorden; brainstormen is leuk, gezellig en geeft de deelnemers een gevoel van belangrijkheid! Kijkt u binnen uw eigen organisatie maar eens wat al die vergaderingen nu eigenlijk opleveren en wie daarbij het hoogste woord voeren en wiens ideeën worden uitgevoerd. De deelnemers wikken, maar in nog teveel gevallen vrees ik, beschikt de voorzitter. (Lees: de directeur/voorzitter, de manager/voorzitter.)

Creativiteitsproces

Marinus Knoope beschrijft in zijn boek ‘De creatiespiraal’ de twaalf stappen die nodig zijn om tot het realiseren van creatieve ideeën te komen. Twee belangrijke stadia bij dit proces zijn: *inspiratie en selectie. De eerste vraag die dus beantwoord moet worden is:’Waar komt inspiratie vandaan om nieuwe ideeën te kunnen produceren?’ Het antwoord op deze vraag is ‘associatie’. Het leggen van verbanden tussen bestaande kennis en nieuwe inzichten/informatie. Deze eerste stap is cruciaal en het is dan ook niet zinvol om mensen bij elkaar te brengen om een bepaald probleem op te lossen als zij niet ter zake kundig zijn en/of geen creatieve aanleg hebben getoond, want de bijdrage die zij kunnen leveren is dan gering of volledig afwezig. Bovendien, als er onder deze groep ondeskundigen iemand zit die zijn/haar mondje goed weet te roeren, leidt dat alleen maar af van het doel en verstoort het denkpatroon van de deskundigen.

Natuurlijk kan ondeskundigheid worden omgezet in deskundigheid door (zelf)studie, maar dat zal wel duidelijk zijn denk ik. Men hoeft dus niet perse vakdeskundig te zijn om creatieve ideeën te kunnen ophoesten. U leert waarschijnlijk niets meer uit een boek dat u van voor naar achteren kent, maar mogelijk krijgt u nieuwe inzichten voor innovatie door kennis te verzamelen over dat bepaalde onderwerp via andere bronnen. Met name kruisbestuiving via een goed samengesteld netwerk kan daarbij enorm helpen om een ‘aha erlebnis’ te krijgen.

Een praktijkvoorbeeld

Indien u uw verkopers naar verkooptrainingen blijft sturen, kunnen ze op den duur de materie midden in de nacht van achter naar voren opdreunen. Eigenlijk zijn ze uitgeleerd als ze zich niet leren verplaatsen in de visie op verkopen door andere ogen; die van de inkoper! Door ze naar een inkoopcursus te sturen of ze informatie over inkoopprocessen aan te bieden, zal hen mogelijk wel op goede ideeën brengen.

Eenzijdige netwerken werken niet

Nog niet zolang geleden woonde ik een interessant congres bij van letselschade-deskundigen. Er kwam veel informatie over tafel, door ervaren en boeiende sprekers, maar de visie van één groep deskundigen werd niet gehoord; die van de ervaringsdeskundigen. De klanten van de schaderegelaars; slachtoffers van letselschade.

Veel eenzijdige netwerken van vakgenoten of serviceclubs verliezen vaak aan kracht en innovatievermogen, als er geen visies worden gehoord van mensen buiten dat netwerk. Trainers, zelfverklaarde goeroes en veel bekende sprekers hoort u al jaren hetzelfde verhaal afdraaien. Ze hebben dat verhaal al zolang verteld, dat ze er zelf in zijn gaan geloven en op die manier is er weinig of geen kans op innovatie; nieuwe inzichten.

Het is dus de kunst om structurele gaten in uw netwerk op te sporen en op te vullen met mensen die de problematiek waarmee u wordt geconfronteerd ook van een andere kant kunnen belichten. Bij veel managers is deze wijsheid al doorgedrongen, maar men denkt daarbij soms nog teveel hiërarchisch en zoekt men contacten op het gelijke functie- of bevoegdheidniveau. Ik pleit ervoor om uw netwerk te verbreden en te verdiepen door daarin leden van de KGB op te nemen. Nee, ik bedoel niet mensen uit de voormalige Russische geheime dienst  (alhoewel; die weten dingen die bijna niemand weet!). Ik adviseer om bewust Kopers, Gebruikers en Beïnvloeders in uw netwerk op te nemen. Wie dat zijn, vraagt misschien enige creativiteit van u. Creativiteit die u het beste in gang kunt zetten door niet in groepjes te gaan zitten brainstormen, want die methode is niet efficiënt en eigenlijk een verspilling van tijd en arbeidsproductiviteit. Achterover leunen in uw stoel met uw ogen dicht is niet luieren, maar werken aan nieuwe ideeën en inzichten en heb het lef om openlijk op eerder ingenomen standpunten terug te komen als u ontdekt dat ‘Met de kennis van nu ….’  bepaalde procedures/uitspraken/stellingnamen moeten worden aangepast.

Bron: managersonline.nl

Auteur: Phil Kleingeld

Datum: 3 september 2010